Uitvoeringen


Patience
Patience (2002)
ComponistSir Arthur Sullivan
LibrettoWilliam S. Gilbert
SolistenHelene KalisvaartAngela
Johan van OorschotBunthorne
Ineke Lhoëst-HensensElla
Olga WernerLady Jane
Mirjam BeumerPatience
Jacobine HoorntjeSaphir
Rob van SurksumArchibald Grosvenor
Marius van LeeuwenColonel Calverley
Frans van den BrinkDuke
Michael de LangeMajor Murgatroyd
Tan Lambrechtsen
Elisabeth de Wijkerslooth
Hannah Wijmenga
Pages
RegiePeter Jonckheer
DirigentRob Meijer
BegeleidingBegeleidingsconsortium
LocatieStadsschouwburg, Utrecht
fotoalbumFotoalbum
Wat doen de liefde en de kunst toch vreemde dingen met de mens: we zijn elkaars rivalen in de verliefdheid en elkaars zusters in de hopeloosheid...

Eerste akte

soldaten

De Fleshly poet Reginald Bunthorne wordt bezongen door een koor van lovesick ladies, die in hem de belichaming zien van de ware aestheet. Hoewel zij met velen zijn, voelen zij zich één in hun hunkerende liefde.
Groot is dan ook hun teleurstelling wanneer zij vernemen dat de dichter de liefde heeft opgevat voor Patience, het onschuldige, pure melkmeisje, dat weer de personificatie is van de ware natuurlijke, eenvoud, het ideaal van de ware aestheet.
Voor Patience is de liefde een onvoorwaardelijk gegeven, dat van twee kanten alleen maar op het eerste gezicht tot stand kan komen.

Het regiment dragonders van het 35e regiment is zojuist teruggekeerd in het dorp en verwacht een welkom onthaal door de dames waarmee zij vorig jaar zijn verloofd.
Onder aanvoering van Lady Jane worden de soldaten er van overtuigd dat hun uniform niet van deze tijd is en suggereert zij een alternatieve oplossing. De heren echter geven niet op en doen alles om de dames van hun dwaalweg af te houden.
Wanneer Reginald voor Patience kiest, lijken zij succes te hebben, om vervolgens te ontdekken dat een nieuwe aestheet op het toneel verschijnt. Bij het woord 'aesthetic' zien de dames de dragonders niet meer staan en vliegen op de Idyllic poet Archibald Grosvenor af.
De soldaten zijn de wanhoop nabij wanneer zij zien hoe de ladies, nu nog wanhopiger vertwijfeld achter hem aan blijven rennen. Vooral omdat blijkt dat ook Grosvenor Patience, met wie hij als vierjarig jongetje nog hand in hand heeft gelopen, zijn liefde bekent.

Tweede akte

angela

Lady Jane treurt spelend op een cello over haar verdwijnende schoonheid, maar ze heeft nog hoop.
De andere dames lopen achter Grosvenor aan en in de liefde van Bunthorne voor Patience heeft ze geen vertrouwen. Reden om op hem te blijven wachten.
De dames weten Grosvenor over te halen een van zijn gedichten voor te dragen. Kritiekloos spelen zij de loftrompet. Grosvenor echter benadrukt echter nog eens de zuivere aard van Patience.
Op haar beurt benadrukt Patience nu dat het haar plicht is om van Bunthorne te houden, hoewel zij het wel leuk vindt dat Grosvenor nog steeds een oogje op haar heeft. Nadat deze is vertokken verschijnen Bunthorne en Lady Jane.
Bunthorne maakt haar duidelijk dat hij van zins is zijn rivaal eens flink op zijn nummer te zetten.

Dan verschijnen de dragonders met hun drie officieren, nu gekleed in een tenue waarin zij denken bij de vrouwen weer in de smaak te vallen. Omdat de dames inzien dat hun poging Grosvenor voor hen te winnen een uitzichtloze onderneming blijkt, kiezen zij eieren voor hun geld.
Wanneer beide rivalen elkaar vervolgens ontmoeten, eist Bunthorne dat de meeloper Grosvenor zijn aesthetische vermomming afdoet en voortaan als gewoon doorsnee burger door het leven zal gaan. Grosvenor blijkt zelfs opgelucht als hij hier gehoor aan geeft.
Patience ziet Bunthorne nu met heel andere ogen en geeft zich aan Grosvenor, die nu weer zuiver over komt.
Lady Jane doet nog een poging de afgewezen Bunthorne voor zich te winnen, maar ze bezwijkt op het laatst toch voor de avances van de hertog van het 35e regiment.
Zo blijkt uiteindelijk niemand trouw aan zijn principes, behalve Bunthorne, die voor zichzelf een meer stichtende rol ziet bij het verbreiden van de hogere aesthetische doelen. Hoewel er geen bruid is voor Bunthorne, lijkt hij daar niet echt onder te lijden.



Aankondiging Stadsblad 19 juni 2002

artikel1

Recensie Utrechts Nieuwsblad 26 juni 2002

artikel2